Verhalen uit de praktijk

Meestal gaat opgroeien en opvoeden goed, maar bij een deel van de kinderen en gezinnen stapelen de problemen zich op waardoor het nodig is dat Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond in beeld komt. Onze jeugdbeschermers ondersteunen het gezin en zorgen voor samenhang in de hulp die het gezin krijgt. We willen de situatie thuis verbeteren en voorkomen dat de problemen erger worden. In de dagelijkse praktijk is dat niet altijd eenvoudig. Want ,wanneer moet je als jeugdbeschermer ingrijpen? En welke keuzes maak je als er meerdere belangen zijn en de gezinssituatie complex is? Wat zijn de dagelijkse dilemma’s uit de praktijk? In ‘verhalen uit de praktijk’ geven we een inkijkje in het aangrijpende werk van een jeugdbeschermer.

[accordion clicktoclose=”true”]
[accordion-item title=”Er is altijd wel iemand”]
Wat zijn de dagelijkse dilemma’s uit de praktijk? In ‘verhalen uit de praktijk’ geven we een inkijkje in het ingrijpende werk van een jeugdbeschermer. Deze keer het verhaal van onze collega Kevin.

Mijn jongste cliënt is Tamara. Tamara is zeven maanden jong en met ernstig letsel in het ziekenhuis opgenomen. Het verhaal dat haar ouders vertellen over wat er met haar is gebeurd, komt volgens artsen niet overeen met de verwondingen van Tamara. Het ziekenhuis denkt dat de ouders iets te maken hebben met het letsel. Haar ouders blijven dit ontkennen. De precieze toedracht zal waarschijnlijk nooit duidelijk worden.

In het belang van Tamara denken wij dat het beter voor haar is om tijdelijk even ergens anders te gaan wonen. Na haar ziekenhuisopname hebben we Tamara daarom in een pleeggezin geplaatst. Daar verblijft zij nu nog steeds. Er zijn afspraken gemaakt over de momenten waarop er contact is tussen Tamara en haar ouders. Tijdens deze contactmomenten hebben we gekeken naar het contact tussen ouders en Tamara. Daaruit is niet gebleken dat Tamara niet terug naar haar ouders zou kunnen.

Op dit moment ben ik onderweg naar de ouders van Tamara om met hen te bespreken wat nodig is om Tamara terug naar huis te laten komen. Het allerbelangrijkste is dat het thuis veilig is voor haar. Als ik bij het huis aankom en aanbel, doet moeder de deur open. Moeder maakt een nerveuze indruk. Achter haar aan loop ik de woning binnen naar de woonkamer. Vader zit aan tafel. Hij geeft mij een hand. Ook op zijn gezicht zie ik de spanning. Ik weet hoe graag de ouders willen dat Tamara weer naar huis komt. Ik bespreek met de ouders dat ik vandaag met hen in kaart wil brengen wie het allemaal belangrijk vinden dat het goed gaat met Tamara, want als Tamara straks naar huis komt, willen we zeker weten dat ze veilig is. Dat ze niet opnieuw letsel zal oplopen. Hoe meer mensen uit het netwerk betrokken zijn en weten wat er speelt, hoe veiliger het zal zijn voor Tamara.

Daarom ga ik vandaag samen met de ouders het netwerk van de ouders van Tamara in beeld brengen.  De ouders kijken elkaar aan, waarna moeder het woord neemt. Moeder geeft aan dat zij niemand hebben. Ik laat me niet ontmoedigen door wat moeder zegt. Het komt vaker voor dat ouders zeggen dat er geen netwerk is. Ik leg ouders uit dat ik, ondanks de woorden van moeder, toch graag met hen hier verder over in gesprek wil.

Uit ervaring weet ik, dat er altijd wel iemand is. Dat het vaak toch mogelijk is om iemand van wie je op voorhand denkt dat die niet betrokken wil worden, toch te betrekken. Ouders gaan schoorvoetend akkoord. Ik leg een vel papier midden op tafel waarop ik de naam van Tamara zet en die van haar vader en moeder. Ik vraag aan vader wie zijn ouders zijn en of hij broers of zussen heeft. Vader noemt de namen van zijn ouders. Ik schrijf de namen op terwijl vader vertelt dat hij ook een zus heeft. Vader zegt er meteen achter aan dat hij al heel lang geen contact meer heeft met zijn zus vanwege een ruzie jaren geleden. Aan moeder stel ik dezelfde vragen. Ook vraag ik ouders of zij contact hebben met mensen buiten hun familie. Bijvoorbeeld met de buren, iemand van de sportclub of met iemand uit hun kerk. Ik vraag aan ouders wie er weten dat Tamara in het ziekenhuis heeft gelegen en op dit moment in een pleeggezin verblijft.

Ondanks het feit dat ouders aangaven dat zij niemand hadden, staan er nu verschillende namen op het vel papier dat voor ons op tafel ligt. Namen van mensen die mogelijk iets zouden kunnen betekenen op het moment dat Tamara naar huis komt. Dit is hoopgevend,  maar ik realiseer me tegelijkertijd dat dit nog maar het begin is.

Zouden de ouders bereid zijn om met deze mensen in gesprek te gaan? Om hen te vertellen wat er aan de hand is en om samen met hen een plan te maken om te voorkomen dat Tamara nog een keer met letsel in het ziekenhuis terecht komt. En zou het netwerk wel bereid zijn om met de ouders in gesprek te gaan en samen met hen een plan te maken? Wie uit het netwerk -wil en kan -daadwerkelijk iets betekenen voor Tamara en haar ouders? Zit er ook iemand tussen die aan de bel durft te trekken op het moment dat het niet goed gaat? Op alle deze vragen zal nog antwoord moeten komen.

Hoewel we er dus nog lang niet zijn, heeft het gesprek van vandaag Tamara wel een stukje dichterbij haar ouders gebracht.

Kevin
Jeugdbeschermer bij Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond

Vanwege privacy redenen is het verhaal geanonimiseerd.

[/accordion-item]

[accordion clicktoclose=”true”]
[accordion-item title=”Rug recht in de rechtbank”]
Wat zijn de dagelijkse dilemma’s uit de praktijk? In ‘verhalen uit de praktijk’ geven we een inkijkje in het ingrijpende werk van een jeugdbeschermer. Deze keer het verhaal van onze jeugdbeschermer Emma.

Al drie maanden is deze procedure aan de gang. Ik ben bij zitting nummer drie omdat de rechtbank eerder niet tot een besluit kon komen. Niet zo gek, want een gezagsbeëindiging uitspreken doe je niet wanneer er ook maar 1% twijfel is.

Wie denkt dat vragen aan de rechtbank om een ouder gezag af te nemen een routineklusje is voor de jeugdbeschermer, onderschat hoe zwaar ons werk is. Dit is niet iets wat de gemiddelde jeugdbeschermer fluitend doet. Het laat mij alles behalve koud en ik kan lang aanhikken tegen zo’n zitting. Ik zie het verdriet van een moeder en de spanning bij de betrokkenen. Ik ben mij sterk bewust van de impact van ons werk.

Berusting is wat er moet komen. Berusting voor de hoofdpersonen in dit verhaal. Twee lieve kinderen van zeven en vijf jaar, moeder, vader en oma. Berusting over de woonplek van de kinderen. Voor nu tot aan volwassenheid.  En gelukkig krijgen zij nu wat ze zo nodig hebben na hun valse start in hun leven. Namelijk, veiligheid en stabiliteit bij oma; de plek waar zij zich na vijf jaar eindelijk thuis beginnen te voelen.

Moeder heeft hard gevochten. Er is niet goed voor haar gezorgd toen zij zelf nog een jong kind was. Ook zij heeft een valse start gehad in het leven. Ook zij was ooit slachtoffer en is ernstig beschadigd. Moeder  was een angstige  instabiele vrouw van wie haar emoties alle kanten uit gingen. Van wanhoop naar vrees, van verdriet naar boosheid, van intense liefde naar knetterende haat. Altijd in strijd met zichzelf en de mensen om haar heen. Soms tot het punt van schreeuwen en fysieke agressie.

Moeder is gegroeid door de jaren heen. Ze heeft meer en meer controle gekregen over haar grillige emoties en over haar leven. Dat is mooi om te zien. Ik zeg het haar vaak, ik hoop dat ze me hoort.

Waarom deze vrouw dan toch “straffen” met het afnemen van haar gezag? Want dat is hoe moeder het voelt. Waarom dan nu? Het antwoord is; haar instabiliteit is onveilig voor de kinderen. Al die stress en heftige emoties van hun moeder, het maakte ze angstig en onzeker. Jaren later zijn deze sporen nog duidelijk zichtbaar in hun gedrag. Mama houdt veel van ze, maar dat maakt alles ook zo ingewikkeld.  Mogen ze wel blij zijn met hun nieuwe eigen  kamer bij oma, maken ze mama daar niet verdrietig mee?

We vragen van deze moeder het allermoeilijkste; stoppen met vechten en berusten. In het belang van de kinderen.

In de rechtbank staat een gespannen moeder, naast een intimiderende advocaat, klaar voor een strijd. Ik lieg als ik zeg dat zo’n toga mij niets doet. De rechtbank is veel meer het terrein van de advocatuur. De advocaat geeft mij, met een strenge blik, een hand. De toon is gezet.

Ik heb mijn betoog uitgeschreven. Ik ben gespannen en dan is het moeilijk om in de rechtbank onze visie helder en sterk neer te zetten. Wij zijn er voor het belang van de kinderen. Het blijft een imponerende setting. Deze kinderen hebben het nodig dat ik mijn werk goed doe vandaag, dat ik geen steken laat vallen.

Ik hoop dat mijn betoog ook recht doet aan de sterke vrouw die moeder inmiddels is. Ook al staat het bijna haaks op ons verzoek.

De rechter doet uitspraak. Hij beëindigd moeders gezag. De kinderen zullen opgroeien bij oma. Links van mij zit een ontroostbare moeder. Achter mij voel ik de opluchting van oma en de vader van de kinderen. Hoewel ik tevreden ben over de uitspraak van de rechter, verlaat ik de rechtbank met een bedrukt  gevoel.

Het is twee weken na de zitting en moeder komt vandaag voor het eerst weer op gesprek bij mij. Een bekende van de moeder heeft mij erop geattendeerd dat moeder haar verdriet en boosheid grof heeft geuit op social media. Moeder zou het liefst mijn keel dicht knijpen. Ik herken hierin haar impulsiviteit en heftige manier van reageren. Een post op social media is zo geplaatst, met één klik. Ik had het liever niet geweten.

Zou ze op de afspraak komen? Hoe zit ze erbij? Ik vind het moeilijk om in te schatten hoe dit gesprek gaat verlopen.

Moeder komt binnen en geeft mij gespannen een hand. Ze uit haar verdriet en boosheid. Ze praat snel en luid met wilde armbewegingen. Ze struikelt soms over haar woorden. Ik geef haar de ruimte. Ik probeer nogmaals zo goed mogelijk antwoord te geven op haar vragen en haar gerust te stellen. We zetten haar niet op een zijspoor, ze is en blijft de moeder van deze twee kinderen. Ze is belangrijk. Ik vraag haar of ze in hoger beroep zal gaan. Ze zegt; “oma zorgt goed voor mijn kinderen. Dat weet ik echt wel, hoe pijnlijk ik dit ook vind. Ik stop met dit gevecht. Ik moet het een plekje gaan geven.”

Wat is ze een goede moeder geworden… Ik hoop dat ze zich dat beseft.

Emma
Jeugdbeschermer bij Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond

Vanwege privacy redenen is het verhaal geanonimiseerd.

[/accordion-item]

[accordion clicktoclose=”true”]
[accordion-item title=”De consequenties ervaren”]
Wat zijn de dagelijkse dilemma’s uit de praktijk? In ‘verhalen uit de praktijk’ geven we een inkijkje in het ingrijpende werk van een jeugdbeschermer. Deze keer het verhaal van onze jeugdbeschermer Jennifer.

Donderdagochtend. Ik zit achter de computer en ben bezig met het rapporteren van mijn gesprekken van  de afgelopen dagen. Er verschijnt een mailtje van een jongerencoach met wie ik veel contact heb over Damian, van wie ik de jeugdreclasseerder ben. In het bericht staat precies waar ik al bang voor was; het lukt de jongerencoach maar niet om Damian te spreken te krijgen en hem naar een project voor dagbesteding toe te leiden. Daar baal ik van, want we hebben nu echt alles geprobeerd om Damian aan een dagbesteding te helpen. Bovendien is dat een van zijn voorwaarden, want hij heeft nog een voorwaardelijke gevangenisstraf boven zijn hoofd hangen.

Ik bel nog even met de jongerencoach. Die ziet nog  mogelijkheden en zal Damian opzoeken in de wijk. Gelukkig hebben de jongerencoaches daar tijd voor, want dat is wat deze jongens nodig hebben. Niet veel later verschijnt er een mailtje van het project voor begeleid wonen waar ik Damian voor heb aangemeld. Begeleid wonen is ook een van de  voorwaarden van zijn, door de kinderrechter, opgelegde straf. Hij zou  netjes op het intakegesprek verschenen zijn en zou er een paar dagen later gaan wonen. Ik was trots op hem, want op dit moment heeft hij geen vast adres en geen eigen plek. Door wat ik lees in het mailtje verdwijnt die trots, want het blijkt dat Damian helemaal niet is gekomen.

Dan breng ik alle informatie die ik heb over Damian bij elkaar. Ik zie dat hij zich aan geen enkele voorwaarde houdt. In de afgelopen maanden heb ik alles uit de kast getrokken om Damian aan dagbesteding en een woonplek te helpen. Maar Damian komt vaak zijn afspraken vaak niet na, of na een aantal dagen zakt zijn motivatie  in. Het is positief dat hij in de afgelopen maanden niet in aanraking is gekomen met politie en/of justitie, maar ik weet niet goed wat ik met deze jongen aan moet. De moed zakt me in de schoenen. Hem consequenties te laten ervaren van zijn gedrag, zou dat werken?

Ik bel mijn collega, een gedragswetenschapper en leg mijn vraag aan haar voor. Al pratende komen we er op uit dat ik alles wat ik heb kunnen inzetten, gedaan heb.  Maar wat dan? De enige optie die ik nog heb is om aan de officier van justitie te rapporteren en terug te melden dat Damian zich niet aan de voorwaarden houdt. Daarbij vragen we om een ten uitvoer legging van zijn voorwaardelijke straf. Dat betekent dat Damian alsnog een straf krijgt, misschien wel gevangenisstraf. We vinden dat een gevangenisstraf nu juist niet in het belang van een kind is, want dat is hij feitelijk nog. Aan de andere kant zijn we het met elkaar eens dat Damian ook lang genoeg de tijd heeft gehad om zich aan zijn voorwaarden te houden en mee te werken. Nu hij dat niet doet, moet hij de consequenties daarvan ervaren.

Nadat dit onze conclusie is geworden, hang ik op en begin ik aan mijn rapportage voor de rechtbank. Verzoek ten uitvoer legging, staat er boven. Ik baal ervan dat mijn begeleiding geen verandering heeft gebracht. Ik had veel liever gezien dat Damian zich aan zijn voorwaarden had gehouden en gelijk zou werken aan een betere toekomst. Hij is een van die jongeren waar gemakkelijk ongenuanceerd over wordt geroepen dat ze keihard aangepakt moeten worden en opgesloten moeten worden.

Gelukkig is er jeugdreclassering, waarbij we goed kijken naar wat de jongere echt nodig heeft om geen delicten meer te plegen. Dat is ook nodig want, opsluiten is nog niet zo’n gemakkelijke keuze en zeker niet altijd de beste. Toch kunnen we soms, nadat we alles hebben geprobeerd, alleen niet anders.

Jennifer
Jeugdbeschermer bij Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond

Vanwege privacy redenen is het verhaal geanonimiseerd.

[/accordion-item]

[accordion clicktoclose=”true”]
[accordion-item title=”‘Het gaat om kinderen man!'”]
Wat zijn de dagelijkse dilemma’s uit de praktijk? In ‘verhalen uit de praktijk’ geven we een inkijkje in het ingrijpende werk van een jeugdbeschermer. Deze keer het verhaal van onze jeugdbeschermer Mariska.

Het is woensdagmiddag, kwart voor drie. Ik kijk mijn collega aan, ze zit aan de andere kant van de ruimte. We begeleiden een bezoek tussen een vader en zijn twee kinderen. Vader woont niet meer in het gezin, vanwege het aanrichten van zeer ernstig geweld bij moeder, waar de kinderen getuigen van waren. Toch missen de kinderen hun vader ook en vragen regelmatig naar hem. We vinden dat de kinderen  recht op hebben om contact te hebben met hun vader, ook al mag hij geen contact met hun moeder hebben. Om dit contact zo veilig mogelijk vorm te geven hebben we een begeleid bezoek* georganiseerd op ons kantoor.

Het is bijna tijd om te stoppen. We weten allebei dat het lastigste moment van een begeleid bezoek eraan komt,  afscheid nemen. Het bezoek is goed verlopen, hoewel het de vader zichtbaar moeite kostte om zijn emoties onder controle te houden. Zonder dat we van te voren een taakverdeling hebben gemaakt, neem ik het voortouw. Ik zeg tegen de vader dat het bijna tijd is en dat het een goed idee lijkt om te gaan opruimen. Het was een paar maanden geleden dat hij de kinderen zag en heeft ze bedolven onder cadeaus, waardoor de vloer bezaaid ligt met gescheurd inpakpapier, verpakkingsmateriaal, nieuw speelgoed en oud speelgoed. Hij pakt het goed op en gaat druk met de kinderen aan het opruimen.

Dan geef ik aan dat het tijd wordt om afscheid te nemen. Ik weet dat ik daarmee bepaal dat deze vader zijn kinderen voorlopig niet zal zien. Tranen staan in zijn ogen, hij knuffelt de kinderen, kust ze en spreekt hen lieve woorden toe. Iets met je best doen op school, lief zijn voor mama en voor elkaar. Of we nog een foto willen maken van hem en de kinderen. Mijn collega doet het graag, hij heeft verder nog geen foto’s genomen van de kinderen. Dan opnieuw kussen, knuffels en lieve woorden. De oudste huilt, de jongste begrijpt niet helemaal wat er aan de hand is. Doordat de oudste huilt, blijft vader ook huilen.

Mijn hart breekt om deze kinderen, die niet goed begrijpen waarom papa niet met hen mee naar huis gaat, maar ik weet dat we het afscheid niet langer moeten rekken, anders wordt het alsmaar moeilijker voor de kinderen. Ik merk dit op tegen de vader. Hij draait zich met een ruk om. Alle tranen zijn verdwenen en zijn ogen schieten vuur. “Je bent echt zo koud jij, zo zakelijk! Het gaat om kinderen man!”. Mijn collega stelt zich op als ‘good cop’ en na een laatste knuffel en een kus lukt het mijn collega uiteindelijk om de vader op een rustige manier naar de uitgang te begeleiden.

Ik blijf bij de kinderen. De oudste is overstuur door het langgerekte afscheid en de jongste huilt omdat de oudste huilt. Met wat te drinken, speelgoed en wat kletsen lukt het om de kinderen weer rustig en veilig bij hun moeder te brengen. Zelf hebben we dringend een kop thee nodig en bespreken we het bezoek na. Wat een achtbaan aan emoties.

Mariska
Jeugdbeschermer bij Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond

* Wat is een begeleid bezoek?
Er kunnen verschillende reden zijn om een bezoekregeling te treffen waarbij  kinderen onder begeleiding van jeugdbescherming familiebezoek krijgen in een veilige omgeving.  Ze zien hun ouders, soms broers of zussen of andere familieleden. Over de bezoekregeling wordt goed nagedacht, en het belang van het kind moet als uitgangspunt dienen voor de afspraken die gemaakt worden.

Vanwege privacyredenen is het verhaal geanonimiseerd.

[/accordion-item]

[accordion clicktoclose=”true”]
[accordion-item title=”Knoop in mijn maag”]
Wat zijn de dagelijkse dilemma’s uit de praktijk? In ‘verhalen uit de praktijk’ geven we een inkijkje in het ingrijpende werk van een jeugdbeschermer. Deze keer het verhaal van onze jeugdbeschermer Emma. 

Vandaag start ik mijn werkdag op kantoor. Straks heb ik een gesprek met de moeder van Aisha. Eén van de onderwerpen die ik met haar wil bespreken is of ze haar dochter wel eens slaat. School heeft me gebeld om te vertellen dat ze blauwe plekken hebben gezien bij de negenjarige Aisha. Ze vermoeden dat moeder Aisha slaat.

Voordat ik aan de slag ga haal ik eerst een kop koffie. Op weg naar de koffieautomaat denk ik na over de vraag hoe ik het slaan straks op een goede manier met de moeder van Aisha kan bespreken. Welke vragen stel ik, zonder vooraf te beschuldigen? Hoe stel ik de vragen op zo’n manier dat moeder zich niet voor mij afsluit en  hoe zorg ik ervoor dat we hier echt samen een gesprek over kunnen hebben? Uit eerdere gesprekken weet ik dat moeder vroeger zelf geslagen is door haar ouders. Zij heeft  verteld dat het in haar cultuur heel normaal is om als kind geslagen te worden. De woorden van moeder “dat hoort erbij” schieten door mijn hoofd.

Het gesprek met moeder zal niet makkelijk worden. Zij heeft al aangegeven dat ze over dit onderwerp niet verder in discussie wil met mij. Moeder heeft verteld dat ze wel dreigt met slaan – wat bij mij de vraag opriep of dit minder erg is dan slaan – maar ze heeft Aisha tot nu toe nooit echt geslagen. Moeder vindt slaan dan wel normaal, maar denk ik “In Nederland is in de wet vastgelegd dat je als ouder je kinderen niet mag slaan. Als medewerker van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond heb ik hier naar te handelen”. Dat betekent dat ik dit met haar ga bespreken ook al wil moeder hier niet over in discussie; ik kan het niet negeren. Ik ga met haar bespreken dat het in Nederland verboden is, ondanks dat moeder vanuit haar eigen achtergrond gewend is dat het erbij hoort.

Al deze gedachten schieten door mijn hoofd als ik met mijn kopje koffie terug loop. Ik ga achter mijn bureau zitten, start de computer op,  lees mijn aantekeningen van het laatste gesprek met moeder en het telefoongesprek met school nog eens door. Ik staar voor me uit. Wat als moeder toegeeft dat het niet bij dreigen alleen is gebleven, maar ze Aisha wel degelijk slaat. Wat als zij aangeeft dat ze Aisha één keer geslagen heeft? Of wat als moeder aangeeft dat ze Aisha regelmatig slaat? Maakt dat verschil? Je kunt je afvragen of het aantal keer slaan ertoe doen. En maakt het ook nog uit hoe hard moeder geslagen heeft?  Zit er tussen de vorm nog een verschil?

Kan Aisha wel bij moeder blijven wonen? Ik voel een knoop in mijn maag als deze laatste vraag door mijn hoofd schiet. Bekend is dat slaan een negatief effect heeft op de ontwikkeling van kinderen. Maar, wat is het alternatief? Aisha weghalen bij moeder zou een alternatief zijn. Maar, heeft weghalen bij moeder niet ook een negatief effect op de ontwikkeling van Aisha? Opnieuw voel ik die knoop in mijn maag.

Ik pak pen en papier en schrijf voor mezelf een aantal aandachtspunten op voor het gesprek met moeder.  Ik weet dat het van belang is om op een respectvolle manier om te gaan met andere culturele normen en waarden, dat het van belang is om vragen te stellen, aan te sluiten bij moeder, te luisteren naar moeder en vooral om niet te veroordelen en beschuldigen. Ik richt me tot mijn collega die aan de overkant van onze kamer achter haar computer zit. Ik vraag of ze tijd heeft om iets met mij te overleggen. Ik schets de situatie en benoem de aandachtspunten die ik heb opgeschreven. Ik vraag mijn collega of ze met mij mee wil denken. Hoe zou zij dit aanpakken? Heeft ze nog aanvullingen op mijn aandachtspunten? Na dit overleg voel ik me zekerder over het gesprek dat ik straks met moeder ga hebben.

Als mijn telefoon later op de ochtend gaat en de receptioniste meedeelt dat moeder er is, pak ik mijn spullen en ga op weg naar beneden, moeder tegemoet. Ik weet: “ik wil Aisha helemaal niet weghalen bij moeder, maar mocht moeder Aisha slaan dan moet dat stoppen”.

 

Emma
Jeugdbeschermer bij Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond

 

Vanwege privacyredenen is het verhaal geanonimiseerd.

[/accordion-item]

[accordion clicktoclose=”true”]
[accordion-item title=”Jeugdreclassering voor Jayson”]
Jayson woont samen met zijn moeder,  twee halfbroertjes (4 en 12 jaar) en zijn halfzusje (5 maanden). Hij maakt veel mee als kind. Hij is samen met zijn moeder dakloos geweest, hij heeft verschillende stiefvaders gehad waarbij één ex-stiefvader hem mogelijk mishandelde. Om die reden heeft Jayson een paar jaar onder toezicht gestaan. Net als Jayson niet meer onder toezicht staat, komt hij toch weer in aanraking met Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond.

Het begon met een delict
De ruzies met zijn moeder, het kleine appartement waar ze wonen, de slechte voorbeelden die Jayson heeft meegekregen van zijn ex-stiefvaders, geldzorgen en foute vrienden. Het criminele pad ligt op de loer en dat is wat er gebeurt. Jayson komt meerdere keren met politie in aanraking vanwege vernieling, heling en diefstal. De kinderrechter besluit dat jeugdreclassering nodig is. Jayson is 16 jaar als hij kennismaakt met Alice, zijn jeugdbeschermer. Alice voert de maatregel voor jeugdreclassering uit die door de kinderrechter is uitgesproken. Samen met Jayson maakt zij een plan. Hierin staan duidelijke afspraken. Afspraken over school, vrije tijd, vrienden en thuis. Zodat Jayson niet nog een keer de fout in gaat. Toch gebeurt dat.

Opnieuw in de fout
Jayson komt een jaar later opnieuw in aanraking met politie. Dit keer wordt hij verdacht en veroordeeld van ernstige delicten als mishandeling en inbraak. Jayson geeft toe dat hij bij beide delicten betrokken was. De inbraak heeft hij gepleegd om aan geld te komen. De mishandeling was het gevolg van een uit de hand gelopen ruzie. Hij had zijn excuses aan het slachtoffer aangeboden. Voor Jayson volgt 10 maanden jeugddetentie, waarvan 4 maanden voorwaardelijk. Met als bijzondere voorwaarde jeugdreclassering met de Harde Kern Aanpak. Ook moet Jayson schadevergoeding aan de slachtoffers betalen. Een zware straf vanwege de financiële zorgen waarmee Jayson en zijn moeder te maken hebben.

Een nieuw leven opbouwen
De Harde Kern Aanpak houdt in dat een ‘nieuwe’ jeugdbeschermer, Claire, Jayson streng in de gaten houdt en controleert. De Harde Kern Aanpak is een intensieve begeleidingsvorm waar Claire speciaal voor is getraind. Het doel is dat Jayson niet in risicovolle situaties belandt. De eerste twee maanden zit Jayson daarom met huisarrest thuis. Daarna krijgt hij langzaamaan meer vrijheid volgens een strikt rooster. Zo leert Jayson wat wel en niet kan. Omgaan met zijn oude, foute vriendengroep staat Claire bijvoorbeeld niet toe.

School, werk (en schulden)
Terwijl Claire er streng op toeziet dat Jayson zich aan het rooster houdt. Helpt jeugdbeschermer Alice Jayson bij het vinden van een gepaste opleiding. Jayson wordt aangenomen op de praktijkschool voor techniek. Het praktijkonderwijs ligt hem goed en leidt 1,5 jaar later tot een diploma. Hij start een vervolgopleiding maar hoe betaalt hij zijn schoolgeld, boeken en gereedschap? Zijn moeder zit in de schuldsanering en mag voor Jayson (omdat hij 18 is geworden) geen kosten maken. Met studiefinanciering en een krantenwijk moet Jayson het financieel zien te redden. Daarbij loopt ook nog een flinke openstaande boete van ruim 2000 euro.

Einde jeugdreclassering
Ondanks de financiële moeilijke situatie, gaat het goed met Jayson. Hij doet hard zijn best om te slagen voor zijn opleiding. Van zijn moeder kan hij weinig steun verwachten. Onder zijn stoere uiterlijk schuilt een onzekere jongen die juist wel die steun nodig heeft. De begeleiding, support en steun van Alice, is voor Jayson belangrijk. Twee maanden voordat de begeleiding van jeugdreclassering afloopt, schakelt Alice daarom de hulp van het wijkteam in. In deze overgangsperiode maakt Jayson kennis met de wijkteam medewerker die hem verder kan begeleiden en ondersteunen. Tegelijkertijd bouwt Alice de begeleiding van Jayson langzaam af. Alice weet dat Jayson het zal redden. Zeker met af en toe een duwtje in de rug.

Vanwege privacyredenen is het verhaal geanonimiseerd.

[/accordion-item]

Feedback