Dialoogsessie “Gehoord worden”

10 februari 2020

Hoe is het voor een kind om uit huis te worden geplaatst? En wat betekent het voor een ouder om je kind noodgedwongen uit huis te laten plaatsen? Hierover gingen 18 medewerkers, vier jongeren en vijf ouders met elkaar in gesprek.

Niet alleen jeugdbeschermers schoven dit keer aan, maar ook onze bestuurder, een manager en collega’s van HRM en financiën. We werken tenslotte allemaal voor het kind. Juist daarom is het voor iedereen belangrijk om te horen welke ervaringen onze cliënten met ons hebben. Wat kunnen wij van hen leren? Thema was dit keer ’uithuisplaatsingen’.

Dit keer werd iedereen welkom geheten door gespreksleider Franklina, een (ex)jongere van JBRR uit onze jongerenraad. Ze gaf het woord aan onze bestuurder Arina Kruithof: ‘Ik ben heel blij met de grote opkomst. We hebben vanuit JBRR veel behoeften aan de dialoog met ouders en jongeren!’

‘Ik begreep het niet’
Na een voorstelrondje trapte Franklina af met het voorlezen van haar verhaal. Als vierjarig meisje werd zij zelf uit huis geplaatst. “Ik begreep het niet. Ik kon het niet begrijpen. Maar hoe kon ik het begrijpen, ik was pas vier jaar oud! Ik was verward en schreeuwde: “Waar is mijn moeder, waar is mijn moeder, waar is mijn moeder. Komt mijn moeder niet?” Ik weet niet wanneer ik accepteerde dat mijn moeder me niet zou ophalen of bij ons zou wonen. Ik weet alleen dat het lang pijn heeft gedaan en ik voel nog steeds de pijn als ik er zelfs aan denk.”

De groep is even stil, al snel klinkt een groot applaus. Dan neemt Priscilla het woord. Zij is een jonge moeder van twee uit huis geplaatste kinderen. Ze legt uit welke impact dit op haar leven heeft gehad. “Van iedere dag een huilende baby die verzorging nodig had ging ik terug naar een stil en leeg huis. Een leeg bedje en een lege box. Op dat moment begon ik te haten. Ik voelde haat naar Jeugdbescherming, haat naar de pleegouders, maar bovenal een enorme haat naar mijzelf. Ik had het verpest. Ík ben de reden dat mijn kind zijn leven op z’n kop staat.”

Priscilla vertelt over de depressie waarin zij vervolgens in belande. “Ik had graag begeleiding gehad in de verwerking van de uithuisplaatsingen. Dit is een wens van meerdere ouders. Wisselingen van vele hulpverleners hielpen niet in het krijgen van vertrouwen. Gelukkig is dit de afgelopen 2,5 jaar anders geweest. Ik heb een goede relatie weten op te bouwen met mijn jeugdbeschermer.”

Bijzonder
Het is bijzonder om te merken wat er onderling tussen de jongeren en de ouders gebeurt. Door het verhaal van Priscilla realiseert Franklina zich wat een impact haar uithuisplaatsing voor haar moeder moet hebben gehad. Inzichten die haar zoals zij zelf zei, helpen in haar verwerking.

Dan het verhaal van Rosalia, nu bijna 20 jaar; “Mijn uithuisplaatsing? Dat is het béste wat mij is overkomen!” Rosalia vertelt hoe zij op 13 jarige leeftijd uit huis is geplaatst na jarenlange mishandeling door haar moeder. “Ik was heel blij met de uithuisplaatsing en had geen tranen. Dit verbaasde de jeugdbeschermer en daar schrok ik eigenlijk van. Maar ik was oprecht opgelucht! Ik had het thuis écht niet fijn. In de crisisopvang ging ik naar het strand en midgetgolven, ik had nooit eerder zulke leuke dingen gedaan!” Rosalia vertelt hoe zij in de jaren die volgden  bleef volhouden dat ze niet naar haar moeder terug wilde. De hulpverlening zag dat anders.  Rosalia: “Pas toen ik 16 jaar was, had ik het gevoel dat er écht naar mij geluisterd werd. Toen begreep mijn mentor precies wat ik wilde. Op dat moment voelde ik mij écht gehoord.”

Hoor je mij?
‘Gehoord worden’ en ‘samenwerking’ zijn woorden die regelmatig terugkomen in de dialoog. Een aanwezige vader vertelt: “Ik word als vader continu vergeten, ik wil óók gehoord worden”. De aanwezige manager reageert: “Wanneer heb jij dan het gevoel dat je wél een samenwerking hebt?” Enkele ouders antwoorden: “Luisteren, respect hebben voor elkaar. Ik heb nu vaak het gevoel dat ik kan zeggen wat ik wil, maar ze horen me niet.”

Een aanwezige jongere herkent dit. Ze is 19 jaar. Op haar 9e is zij voor het eerst uit huis geplaatst en heeft sindsdien op diverse plekken gewoond waarbij het steeds “slechter en slechter” ging, bij haar opa en oma,  tante, crisisopvang en gesloten jeugdzorg. Ze vertelt dat ze als kind een ‘dood vogeltje’ was. “Pas toen er écht naar mij geluisterd werd, ging het beter met me. Als mij meer was verteld over de onderbouwing van bijvoorbeeld de uithuisplaatsing, had ik het makkelijker kunnen accepteren.” Daar blijken veel aanwezige jongeren en ouders behoeften aan te hebben: het horen van overwegingen voor een besluit en terug horen wat er met hun mening is gedaan.

‘Zelfs na 20 jaar went het niet’
Aan het einde van de bijeenkomst vraagt één van de ouders of terugplaatsingen naar huis overwogen worden als kinderen hierom vragen. Een ervaren jeugdbeschermer vertelt: “Dat is een erg ingewikkeld vraagstuk”. Hij vertelt dat er altijd serieus naar die optie gekeken wordt. Iedere situatie is anders. Tot slot geeft hij aan dat zijn werk soms echt niet makkelijk is. “Zelfs na 20 jaar went het niet. En dat is maar goed ook.”

Eyeopeners
Als afsluiting wordt alle deelnemers gevraagd om op een post-it een eyeopener te schrijven naar aanleiding van deze bijeenkomst. Een kleine greep uit de reacties:

  • Neem de input van ouders serieus koppel terug wat hiermee gedaan is
  • Niet ieder kind vindt een uithuisplaatsing vervelend!
  • Kwetsbaar opstellen mag, ook als er wordt gevraagd naar je professionaliteit
  • Leg uit wat je doet of over waarom iets wel of niet kan
  • Zie het mens achter de gebeurtenis
  • Heb aandacht voor het rouwproces wanneer je de rol als opvoeder moet overdragen
  • Toon empathie en geef houvast, bel bijvoorbeeld nog eens de volgende dag
  • Spreek het verschil uit tussen daadwerkelijk naar iemand luisteren en iemand geven wat hij wil

Graag bedanken we iedereen voor hun komst en deelname!

De volgende dialoogsessie is gepland op donderdag 11 juni van 15:00 – 17:00 uur.
Wilt u hierbij zijn? mail dan naar kenniseninnovatie@jbrr.nl

Feedback